De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Deuteronomium
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 18
De Levieten
[1] De Levitische priesters, alle leden van de stam Levi, zullen geen bezit en eigendom mogen hebben zoals de overige Israëlieten: zij moeten leven van de gaven die men aan de heer offert en van zijn bezit. [2] Levi zal geen grond bezitten zoals zijn broeders: de heer zal zijn bezit zijn, zoals Hij beloofd heeft. [3] Van de gaven van het volk komt de priester rechtens het volgende toe: van een rund of een schaap dat men als slachtoffer opdraagt moeten het schouderstuk, de beide kaken en de maag aan de priester gegeven worden. [4] Ook de eerstelingen van uw koren, most en olie, en de eerste wol van uw schapen moet u hem geven. [5] Want de heer uw God heeft hem en zijn zonen uit al uw stammen uitverkoren om voor altijd de dienst in de naam van de heer te verrichten. [6] En* wanneer een Leviet uit een van de Israëlitische steden waar hij als gast verbleef, naar de plaats wenst te komen die de heer uitkiest, [7] dan mag hij de dienst in de naam van de heer zijn God verrichten, zoals zijn broeders, de Levieten, die daar voor de heer staan. [8] Hij zal evenveel van de spijzen krijgen als zij, wat zijn familiebezit ook opbrengt.

Waarzeggers en profeten
     [9] Wanneer u het land bent binnengegaan dat de heer uw God u schenkt, moet u niet gaan meedoen aan de gruweldaden van die volken. [10] Het mag bij u niet voorkomen dat iemand zijn zoon of zijn dochter door* het vuur laat gaan, zich inlaat met waarzeggerij, met geestenbezwering, voorspellingen of toverij, [11] zich met bezweringen inlaat, geesten en orakels ondervraagt of de doden oproept. [12] Want van iedereen die dergelijke dingen doet heeft de heer uw God een afschuw; en om dergelijke gruweldaden drijft Hij die volken voor u weg.
     [13] U moet de heer uw God onvoorwaardelijk trouw zijn. [14] De volken die u verdrijft mogen naar geestenbezweerders en waarzeggers geluisterd hebben, u staat de heer dat niet toe. [15] Uit uw eigen broeders zal de heer uw God een profeet laten opstaan zoals* ik, naar wie u moet luisteren. [16] U hebt dat immers bij de Horeb, op de dag van samenkomst, aan de heer uw God gevraagd. Toen hebt u gezegd: “Laat mij de stem van de heer mijn God niet meer horen, en dat grote vuur niet meer zien, anders sterf ik.” [17] De heer heeft mij toen gezegd: “Zij hebben gelijk. [18] Ik zal uit hun eigen broeders een profeet laten opstaan zoals u. Ik zal hem mijn woorden in de mond leggen en hij zal hun alles zeggen wat Ik hem opdraag. [19] En van degene die geen gehoor geeft aan de woorden die hij in mijn naam spreekt, zal Ik rekenschap vragen. [20] Is er een profeet die zegt in mijn naam te spreken zonder dat Ik hem opdracht heb gegeven, of die spreekt in de naam van andere goden, dan moet hij sterven, die profeet.” [21] Misschien denkt u bij uzelf: “Hoe* kunnen wij weten dat een woord niet van de heer afkomstig is?” [22] Wel, als een profeet beweert in de naam van de heer te spreken, maar wat hij gezegd heeft gebeurt niet en komt niet uit, dan is dat woord geen woord van de heer, maar van die onbeschaamde profeet. Voor zo iemand moet u geen ontzag hebben.
Hoofdstuk 18
[1] De Levitische priesters, ofwel de hele stam Levi, zullen geen eigen grond bezitten zoals de andere Israëlieten. Zij mogen de offergaven eten die de HEER toekomen, [2] maar eigen grond zoals de anderen hebben ze niet; zij mogen immers bestaan van de dienst aan de HEER, zoals hij hun heeft beloofd. [3] Van de gaven van het volk komt de priesters het volgende deel toe: van het offerdier – of het nu om een rund, een schaap of een geit gaat – moeten de schouder, de wangen en de lebmaag aan de priester worden afgestaan. [4] Ook het eerste en beste deel van uw koren, wijn en olie en van de wol van uw schapen en geiten moet u hem geven. [5] Want uit uw midden heeft de HEER, uw God, de Levieten gekozen om hem voor altijd als priester te dienen. [6] Als iemand die als Leviet ergens in het land van Israël woont zich aandient in de plaats die de HEER zal uitkiezen, dan is hij welkom. Hij mag zich wanneer het maar bij hem opkomt naar die plaats begeven [7] en daar deelnemen aan de dienst voor de HEER, zijn God, net als zijn Levitische broeders die er al dienst doen. [8] Hij moet dan eenzelfde aandeel als zij ontvangen, ongeacht de waarde van de bezittingen die hij geërfd heeft.*
     [9] Wanneer u in het land komt dat de HEER, uw God, u geven zal, mag u de verfoeilijke praktijken van de volken daar niet navolgen. [10] Er mag bij u geen plaats zijn voor mensen die hun zoon of dochter als offer verbranden, en evenmin voor waarzeggers, wolkenschouwers, wichelaars, tovenaars, [11] bezweerders, en voor hen die geesten raadplegen of doden oproepen. [12] Want de HEER verafschuwt mensen die zulke dingen doen, en om die verfoeilijke praktijken verdrijft hij deze volken voor u. [13] U moet volledig op de HEER, uw God, gericht zijn. [14] Ook al luisteren de volken in het land dat u in bezit zult nemen wel naar wolkenschouwers en waarzeggers, ú heeft de HEER, uw God, dat verboden. [15] Hij zal in uw midden profeten laten opstaan, profeten zoals ik. Naar hen moet u luisteren. [16] U hebt de HEER daar immers zelf om gevraagd, toen u bij de Horeb bijeen was? U zei: ‘Wij kunnen het stemgeluid van de HEER, onze God, en de aanblik van dit enorme vuur niet langer verdragen; dat overleven we niet.’ [17] De HEER heeft toen tegen mij gezegd: ‘Zij hebben goed gesproken. [18] Ik zal in hun midden profeten laten opstaan zoals jij. Ik zal hun mijn woorden ingeven, en zij zullen het volk alles overbrengen wat ik hun opdraag. [19] Wie niet wil luisteren naar de woorden die zij in mijn naam spreken, zal ik ter verantwoording roepen. [20] Maar als een profeet de euvele moed heeft om in mijn naam iets te zeggen dat ik hem niet heb opgedragen, of om in de naam van andere goden te spreken, dan moet hij ter dood gebracht worden.’ [21] Misschien vraagt u zich af: Is er een manier om te bepalen of een profetie al dan niet van de HEER komt? [22] Die is er inderdaad: als een profeet zegt te spreken in de naam van de HEER, maar zijn woorden komen niet uit en er gebeurt niets, dan is dat geen profetie van de HEER geweest. Heb geen ontzag voor een profeet die zich dat aanmatigt.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties