De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Deuteronomium
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 5
Openbaring op de Sinai
[1] Mozes riep heel Israël bijeen en sprak tot hen: ‘Israël, luister naar de voorschriften en bepalingen die ik heden voor u afkondig. Leer die en volbreng ze nauwgezet. [2] De* heer onze God heeft bij de Horeb een verbond met ons gesloten. [3] De heer heeft dat verbond niet met onze voorouders gesloten, maar met ons, met iedereen die hier vandaag nog in leven is. [4] Van aangezicht tot aangezicht heeft de heer op de berg vanuit het vuur met u gesproken. [5] Ik stond toen tussen de heer en u in, om u zijn woorden over te brengen, want uit angst voor het vuur bent u de berg niet opgegaan. Hij heeft gezegd:
     [6] “Ik ben de heer uw God, die u uit Egypte heeft geleid, dat slavenhuis.
     [7] U zult geen andere goden hebben ten koste van Mij.
     [8] U zult geen beelden maken in de vorm van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde. [9] Buig niet voor hen en vereer hen niet, want Ik, de heer uw God, ben een jaloerse God, die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen tot in de derde en vierde generatie van degenen die Mij verwerpen. [10] Maar Ik bewijs goedheid tot in de duizendste generatie van degenen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
     [11] U zult de naam van de heer uw God niet lichtvaardig gebruiken, want de heer laat hen die zijn naam misbruiken niet ongestraft.
     [12] Onderhoud* de sabbat: die moet heilig voor u zijn, zoals de heer uw God heeft geboden. [13] Zes dagen kunt u werken en al uw arbeid verrichten, [14] maar de zevende dag is de sabbat voor de heer uw God. Dan zult u geen enkele arbeid verrichten, u niet, uw zoon niet, uw dochter niet, uw slaaf niet, uw slavin niet, uw rund niet, uw ezel niet, uw overige vee niet en ook niet de vreemdelingen binnen uw poorten. Dan kunnen uw slaaf en uw slavin uitrusten, evenals uzelf. [15] Bedenk dat u slaaf bent geweest in Egypte en dat de heer uw God u met sterke hand en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom heeft Hij u geboden de sabbat te onderhouden.
     [16] Eer uw vader en moeder, zoals de heer uw God u heeft geboden. Dan zult u lang* leven en gelukkig zijn op de grond die Hij u schenkt.
     [17] U zult niet doden.
     [18] U zult geen echtbreuk plegen.
     [19] U zult niet stelen.
     [20] U zult niet vals getuigen tegen uw naaste.
     [21] U zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste. U zult niet uit zijn op het huis van uw naaste, noch op zijn land, zijn slaaf of zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of iets dat hem toebehoort.”
     [22] Deze woorden heeft de heer op de berg met luide stem tot heel het verzamelde volk gesproken vanuit* het vuur en de donkere wolk. Hij heeft daar niets meer aan toegevoegd. Hij heeft ze op twee stenen platen gegrift en die aan mij gegeven. [23] Maar toen u uit de duisternis zijn stem had gehoord terwijl de berg in brand stond, bent u met al uw stamhoofden en oudsten naar mij toe gekomen. [24] U hebt gezegd: “De heer onze God heeft ons zijn grote heerlijkheid laten aanschouwen en wij hebben Hem vanuit het vuur horen spreken. Wij hebben vandaag ervaren dat een mens in leven kan blijven als God tot hem spreekt. [25] Toch vrezen wij dat het onze dood wordt. Dat geweldige vuur zal ons nog verslinden. Als wij de heer onze God nog eens horen spreken, sterven wij. [26] Niemand heeft ooit de levende God uit het vuur horen spreken zoals wij, en het er levend afgebracht. [27] Gaat u naar Hem toe om te horen wat de heer onze God tot u zegt; en als u dat dan aan ons meedeelt, zullen wij gehoorzamen en het volbrengen.” [28] Toen de heer de voorstellen hoorde die u mij deed, zei Hij tegen mij: “Ik heb gehoord wat dit volk u heeft voorgesteld. Het is een goed voorstel. [29] Ik zou willen dat hun hart zo blijft, dat zij Mij vrezen en altijd mijn geboden onderhouden. Dan zullen zij en hun kinderen voor altijd gelukkig zijn. [30] Ga hun nu zeggen dat zij naar hun tenten teruggaan. [31] U moet dan hier bij Mij blijven. Ik ga u alle geboden, voorschriften en bepalingen meedelen die u hun moet leren volbrengen in het land dat Ik hun in bezit geef.” [32] Breng dus stipt ten uitvoer wat de heer uw God u geboden heeft en wijk er rechts noch links van af. [33] Bewandel van het begin tot het eind de weg die de heer u heeft voorgeschreven. Dan zult u leven. U zult gelukkig zijn en lang blijven leven in het land dat u in bezit gaat nemen.
Hoofdstuk 5
[1] Mozes riep het hele volk van Israël bijeen en sprak het als volgt toe: Luister, Israël, naar de wetten en de regels die ik u vandaag bekendmaak. Maak ze u eigen en leef ze strikt na.
     [2] De HEER, onze God, heeft bij de Horeb een verbond met ons gesloten. [3] Niet met onze voorouders heeft hij dit verbond gesloten, maar met ons, zoals wij hier nu levend en wel bij elkaar zijn. [4] De HEER heeft zich daar vanuit het vuur rechtstreeks tot u gericht. [5] Ik stond toen tussen hem en u in om zijn woorden aan u door te geven, want u was bang voor het vuur en durfde de berg niet op. Dit zei de HEER:
     [6] ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
     [7] Vereer naast mij geen andere goden.
     [8] Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. [9] Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; [10] maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.
     [11] Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan.
     [12] Neem de sabbat in acht, zoals de HEER, uw God, u heeft geboden; het is een heilige dag. [13] Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, [14] maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw runderen, uw ezels en al uw andere dieren, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen; want uw slaaf en slavin moeten evengoed rusten als u. [15] Bedenk dat u zelf slaaf was in Egypte totdat de HEER, uw God, u met sterke hand en opgeheven arm bevrijdde. Daarom heeft hij u opgedragen de sabbat te houden.
     [16] Toon eerbied voor uw vader en uw moeder, zoals de HEER, uw God, u heeft geboden. Dan wordt u gezegend met een lang leven en met voorspoed in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.
     [17] Pleeg geen moord.
     [18] Pleeg geen overspel.
     [19] Steel niet.
     [20] Leg over een ander geen vals getuigenis af.
     [21] Zet uw zinnen niet op de vrouw van een ander, en laat evenmin uw oog vallen op zijn huis, of op zijn akker, zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’
     [22] De HEER heeft deze woorden – deze, en niet meer – tot u gesproken toen u daar bijeen was. Met een geweldig stemgeluid kondigde hij op de berg zijn geboden af, vanuit vuur en dreigende, donkere wolken, en hij schreef ze op twee stenen platen en gaf die aan mij. [23] Toen u die stem had gehoord vanuit de duisternis, terwijl de berg in vuur en vlam stond, zijn uw stamhoofden en oudsten bij mij gekomen [24] met de woorden: ‘Zojuist heeft de HEER, onze God, ons zijn luister en zijn grootheid laten zien en hebben we zijn stem uit het vuur gehoord. We hebben vandaag ondervonden dat God met mensen spreekt zonder dat het hun het leven hoeft te kosten. [25] Maar moeten we ons leven nu opnieuw op het spel zetten? Dit enorme vuur zal ons levend verbranden! Als we de stem van de HEER, onze God, nogmaals horen, zullen we zeker sterven. [26] Want er is toch geen mens die net als wij de stem van de levende God vanuit het vuur heeft horen spreken en het heeft kunnen navertellen? [27] Kunt u niet gaan om te horen wat de HEER zeggen wil? Als u zijn woorden dan aan ons overbrengt, zullen wij luisteren en ernaar handelen.’ [28] Toen de HEER hoorde wat u me vroeg, zei hij tegen mij: ‘Ik heb gehoord wat het volk tegen je zei; ze hebben goed gesproken. [29] Hadden ze altijd maar zo’n verlangen om mij te vereren en mijn geboden na te leven; voor eeuwig zou het hun en hun kinderen goed gaan.’ [30] En hij vervolgde: ‘Stuur hen nu maar terug naar hun tenten. [31] Maar jij moet hier blijven, bij mij, dan zal ik jou alle geboden, wetten en regels bekendmaken die je hun moet leren en die zij moeten naleven in het land dat ik hun in bezit zal geven.’
     [32] Het is nu aan u om ze in acht te nemen, zoals de HEER, uw God, u heeft opgedragen; wijk er op geen enkele manier van af. [33] Volg steeds de weg die hij u heeft gewezen, dan zult u in leven blijven en er wél bij varen en lang mogen wonen in het land dat u in bezit krijgt.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties