De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Exodus
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 20
De tien geboden
[1] Toen sprak God al* de woorden die hier volgen. [2] ‘Ik ben de heer uw God die u heeft weggeleid uit Egypte, het slavenhuis*. [3] U zult geen andere goden hebben ten koste van Mij.
     [4] U zult geen beelden maken, geen* afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde. [5] Buig u niet voor hen neer en bewijs hun geen goddelijke eer, want Ik, de heer uw God, Ik ben voor hen die Mij haten een jaloerse* God die de schuld van de vaders* wreekt op hun kinderen, tot* de derde en vierde generatie. [6] Maar voor hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden ben Ik een God die goedheid bewijst tot aan de duizendste generatie.
     [7] U zult de naam van de heer uw God niet lichtvaardig gebruiken, want de heer laat degenen die zijn naam lichtvaardig gebruiken niet ongestraft.
     [8] Denk aan de sabbat; die moet voor u heilig zijn. [9] Zes dagen kunt u werken en alle arbeid verrichten. [10] Maar de zevende dag is de sabbat voor de heer uw God. Dan zult u geen enkele arbeid verrichten: uzelf niet, uw zoon niet, uw dochter niet, uw slaaf niet, uw slavin niet, uw dieren niet, evenmin als de vreemdeling die bij u woont. [11] Want in zes dagen heeft de heer de hemel, de aarde en de zee en al wat ze bevatten gemaakt. Maar de zevende dag heeft Hij gerust en zo de sabbat gezegend en tot een heilige dag gemaakt.
     [12] Eer* uw vader en uw moeder. Dan zult u lang leven op de grond die de heer uw God u schenkt.
     [13] U zult niet doden*.
     [14] U zult geen echtbreuk plegen.
     [15] U zult niet stelen.
     [16] U zult niet vals getuigen tegen uw naaste.
     [17] U zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste; u zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste, niet op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, op niets wat hem toebehoort.’

De angst van het volk
     [18] Overweldigd door de donderslagen, de bliksemflitsen, het bazuingeschal en de rokende berg, beefde heel het volk van angst en bleef op een afstand staan. [19] Ze vroegen aan Mozes: ‘Spreekt ú toch met ons, wij zullen luisteren. Maar laat God niet tot ons spreken, want dan sterven* wij.’ [20] Mozes antwoordde: ‘Wees maar niet bang. Want God is gekomen om u op de proef te stellen. Hij wil dat u zó’n ontzag voor Hem krijgt dat u niet meer zondigt.’
     [21] Terwijl het volk op een afstand bleef staan, ging Mozes de donkere wolk in waar God was.

Rechtsregels
     [22] Toen* sprak de heer tot Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten het volgende: U hebt gezien hoe Ik vanuit de hemel tot u gesproken heb.
     [23] U mag naast mij geen goden van zilver maken. Ook goden van goud mag u niet maken.
     [24] U moet voor Mij een altaar maken van aarde. Daarop kunt u brand-* en meeloffers, schapen en runderen opdragen. Op elke heilige plaats waar Ik mijn naam zal openbaren, zal Ik naar u toe komen en u zegenen. [25] Als u voor Mij een stenen altaar bouwt, maak het dan niet van behouwen steen. Door de stenen met een beitel te bewerken, ontwijdt u ze. [26] Mijn altaar mag geen altaar zijn dat u langs treden beklimt, want daarbij zou men uw schaamte kunnen zien.
Hoofdstuk 20
[1] Toen sprak God deze woorden:
     [2] ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
     [3] Vereer naast mij geen andere goden.
     [4] Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. [5] Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; [6] maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.
     [7] Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan.
     [8] Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. [9] Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, [10] maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen. [11] Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard.
     [12] Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.
     [13] Pleeg geen moord.
     [14] Pleeg geen overspel.
     [15] Steel niet.
     [16] Leg over een ander geen vals getuigenis af.
     [17] Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’

     [18] Heel het volk was getuige van de donderslagen en lichtflitsen, het schallen van de ramshoorn en de rook die uit de berg kwam. Bij die aanblik deinsden ze achteruit, en ze bleven op grote afstand staan. [19] Ze zeiden tegen Mozes: ‘Spreekt u met ons, wij zullen naar u luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we.’ [20] Maar Mozes antwoordde: ‘Wees niet bang, God is gekomen om u op de proef te stellen en u met ontzag voor hem te vervullen, zodat u niet meer zondigt.’ [21] En terwijl het volk op een afstand bleef staan, ging Mozes naar de donkere wolk waarin God aanwezig was.

Regels en wetten
     [22] De HEER droeg Mozes op het volgende tegen de Israëlieten te zeggen: ‘Jullie zijn er getuige van geweest dat ik vanuit de hemel tot jullie heb gesproken. [23] Je mag daarom geen goden van zilver of goud maken om die naast mij te vereren. [24] Maak voor mij een altaar van aarde, en slacht daarop je schapen, geiten en runderen voor de brandoffers en vredeoffers. Op elke plaats waar ik mijn naam wil laten noemen, zal ik naar jullie toe komen en je zegenen. [25] Als je voor mij een stenen altaar wilt bouwen, gebruik dan geen gehouwen stenen, want door de stenen met een beitel te bewerken ontwijd je ze. [26] En breng geen treden aan, want als je daarlangs omhoog zou gaan, zou men je geslachtsdelen zien.’



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties