![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Tweeëndertigste zondag door het jaar1 Koningen 17,10-16
Uit het eerste boek Koningen
In die dagen stond de profeet Elia op
en vertrok naar Sárefat. Toen hij bij de stadspoort kwam was daar een weduwe hout aan het sprokkelen. Hij riep tot haar: ‘Wees zo goed en haal voor mij in uw kruik een beetje water; ik zou graag wat drinken.’ Toen zij het ging halen riep hij haar na: Wees zo goed en breng ook een stuk brood mee.’ Zij antwoordde: ‘Zowaar de HEER uw God leeft, ik heb geen brood meer; alleen nog maar een handvol meel in de pot en een beetje olie in de kruik. Ik sprokkel nu wat hout en ga dadelijk naar huis om voor mij en mijn zoon voor het laatst eten klaar te maken; daarna wacht ons de dood.’ Elia antwoordde: ‘Vrees niet, ga naar huis en doe wat u van plan bent maar maak van het meel en de olie eerst een broodje voor mij en breng mij dat; voor uzelf en uw zoon kunt u daarna zorgen. Want zo zegt de HEER, de God van Israël: De pot met meel raakt niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput totdat de HEER het weer laat regenen.’ Toen ging zij heen en deed wat Elia gezegd had en dag aan dag hadden zij te eten, zij en haar gezin. De pot met meel raakte niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput naar het woord dat de HEER gesproken had door Elia. Hebreeën 9,24-28
Uit de brief aan de Hebreeën
Broeders en zusters,
Christus is niet het heiligdom binnengegaan, dat
Marcus 12,38-44
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
In die tijd gaf Jezus bij zijn onderricht ook deze waarschuwing:
‘Wacht u voor de schriftgeleerden, die graag in lange gewaden rondlopen, die zich laten groeten op de markt, belust zijn op de voornaamste zetels in de synagogen en op de ereplaatsen bij de maaltijden, maar die de huizen der weduwen opslokken, terwijl ze voor de schijn lange gebeden verrichten; over deze mensen zal een strenger vonnis worden uitgesproken.’ Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek toe, hoe het volk koperstukken daarin wierp terwijl menige rijke er veel in liet vallen. Er kwam ook een arme weduwe die er twee penningen, ter waarde van een cent, in wierp. Hij riep nu zijn leerlingen bij zich en sprak: ‘Voorwaar, Ik zeg u: Die arme weduwe heeft het meest geofferd van allen die iets in de offerkist wierpen; allen wierpen ze er iets in van hun overvloed maar zij offerde van haar armoe al wat ze bezat, alles waar ze van leven moest.’ |
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010. - Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||