De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Lectionarium
 
<< >>
zomadiwodovrza
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
293012345

Woensdag in week 32 door het jaar

2 Makkabeeën 7,1.20-31

Uit het tweede boek van de Makkabeeën

In die dagen
werden ook zeven broers met hun moeder aangehouden
en op bevel van de koning met roeden en riemen geslagen
om ze zo te dwingen het verboden varkensvlees te eten.
Buitengewoon bewonderenswaardig was de moeder
en haar nagedachtenis verdient in ere te blijven.
Zij zag haar zeven zonen op één dag sterven,
maar hield moedig stand,
omdat zij op de Heer vertrouwde.
Bezield met edele gevoelens
moedigde zij ieder van hen in hun moedertaal aan
en sprak tot hen:
“Ik weet niet hoe gij in mijn schoot gevormd zijt;
niet ik heb u de levensadem geschonken,
niet ik heb de bestanddelen waaruit ieder van u bestaat,
tot een harmonisch geheel geordend,
maar de Schepper van de wereld;
Hij bewerkt het ontstaan van de mens,
zoals Hij van alles de oorsprong is.
Hij zal u in zijn barmhartigheid de levensadem teruggeven,
omdat gij omwille van zijn wet uzelf nu niet spaart.”
Antíochus meende dat de vrouw op hem smaalde
en hij verdacht haar van beledigende taal.
Daarom trachtte hij haar jongste zoon,
de enige die nog in leven was,
niet alleen met vermanende woorden
over te halen de voorvaderlijke zeden te loochenen,
maar hij beloofde ook onder ede,
dat hij hem rijk en gelukkig zou maken,
dat hij hem zou opnemen onder zijn vrienden
en hem het beheer van staatszaken zou toevertrouwen.
Toen de jongen daar in het geheel geen aandacht aan schonk
riep de koning de moeder en spoorde haar aan
het ventje aan zijn verstand te brengen
dat het om zijn welzijn ging.
Daar hij er bij haar met klem op aandrong,
stemde zij er tenslotte in toe haar zoon te overtuigen.
Zij boog zich naar hem toe
en de spot drijvend met de wrede despoot,
zei ze tot hem in hun moedertaal:
“Kind, heb medelijden met mij.
Ik heb je negen maanden in mijn schoot gedragen,
je drie jaar gevoed en je gekoesterd
en opgevoed tot de jongen die je nu zijt.
Ik smeek je, mijn kind,
beschouw de hemel en de aarde met al wat ze bevatten
en bedenk dat God dit alles uit het niet gemaakt heeft
en dat ook het menselijk geslacht op dezelfde wijze is ontstaan,
Wees niet bang voor die beul,
maar toon je je broers waardig en aanvaard de dood,
dan zal ik je met je broers terugkrijgen
op de dag dat God zich over ons ontfermt.”
Nauwelijks had zij dit gezegd, of de jongen riep uit:
“Waar wacht u op?
Ik gehoorzaam niet aan het bevel van de koning:
ik gehoorzaam aan wat de wet beveelt,
die door Mozes aan onze voorvaders gegeven is.
Gij zijt de oorzaak van heel de rampspoed
die de Hebreeën treft,
maar gij zult niet ontkomen aan de hand van God.”

Lucas 19,11-28

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd was Jezus dichtbij Jeruzalem gekomen,
en daar men meende, dat het Rijk Gods
onmiddellijk ging verschijnen,
vertelde Hij deze gelijkenis:
“Een man van hoge geboorte ging op reis naar een ver land
om het koningschap te verkrijgen en dan terug te keren.
Hij riep tien van zijn dienaars,
gaf hun tien pond en sprak tot hen:
Doet daar tijdens mijn afwezigheid zaken mee.
Zijn landgenoten evenwel haatten hem
en stuurden hem een gezantschap achterna om te zeggen:
Wij willen niet dat deze man koning over ons wordt.
Toen hij was teruggekeerd,
na het koningschap toch verkregen te hebben,
liet hij die dienaars roepen aan wie hij zijn geld gegeven had;
hij wilde weten wat ieder voor zaken gedaan had.
De eerste kwam en zei:
Heer, uw pond heeft er tien opgeleverd.
Hij antwoordde:
Uitstekend, goede dienaar!
Omdat gij in iets kleins trouw zijt geweest
zult gij gezag hebben over tien steden.
Daarop kwam de tweede en sprak:
Heer, uw pond heeft er vijf opgebracht.
Ook hem antwoordde de heer:
en gij, gij zult macht hebben over vijf steden.
Toen kwam de derde en zei:
Heer, hier is uw pond;
ik heb het weggestopt in een doek en zo bewaard;
ik had angst voor u
omdat ge een streng man zijt
die terugeist wat ge niet hebt uitgezet
en die oogst wat ge niet hebt gezaaid.
Aan hem antwoordde de heer:
Met je eigen woorden zal ik je veroordelen, slechte knecht.
Je wist, dat ik een streng man ben
die terugeist wat ik niet uitgezet
en die oogst wat ik niet gezaaid heb.
Waarom heb je dan mijn geld niet naar de bank gebracht?
Dan had ik het bij mijn terugkomst met rente kunnen opvragen.
En aan degenen die erbij stonden, beval hij:
Neemt hem dat pond af
en geeft het aan hem die de tien ponden heeft.
Ze wierpen op:
Heer, die heeft al tien ponden.
Maar hij ging verder:
Ik zeg u:
Aan ieder die heeft, zal gegeven worden;
maar aan wie niet heeft, zal nog ontnomen worden
zelfs wat hij heeft.
En die vijanden van mij,
die mensen die niet wilden dat ik koning over hen werd:
brengt ze hier en steekt ze voor mijn ogen neer.”

Nadat Jezus deze woorden gesproken had
trok Hij verder en ging op naar Jeruzalem.


De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties