![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Dinsdag in de eerste week van de AdventJesaja 11,1-10
Uit de profeet Jesaja
In die dagen zal een twijg ontspruiten
aan de stronk van Isaï, een scheut aan zijn wortels zal vruchten dragen. De geest van de HEER zal op hem rusten, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en heldenmoed, de geest van liefde en vreze des Heren, en hij zal uitstralen deze vrede des Heren. Hij zal geen oordeel vellen naar uiterlijke schijn, geen uitspraak doen op basis van geruchten. De kleine luiden zal hij recht verschaffen, een eerlijk vonnis spreken over de geringsten der aarde, maar de uitbuiter zal hij striemen met de gesel van zijn mond, de boosdoener doden met de adem van zijn lippen. De rechtvaardigheid zal hem dienen tot gordel om het middel, de onkreukbaarheid tot band om de lenden. Dan huist de wolf bij het lam, vlijt de panter zich neer naast het geitje, grazen tezamen het kalf en het leeuwenjong, een kleuter kan ze weiden! Koe en berin hebben vriendschap gesloten, hun jongen liggen naast elkaar, en de leeuw vreet hooi met het rund. De zuigeling speelt bij het hol van de adder, en het kleine kind steekt zijn handje in het nest van de slang! Dan zondigt niemand meer, doet niemand meer kwaad op heel mijn heilige berg, maar zal de gehele aarde vervuld zijn met liefde tot God, zoals de zeebodem bedolven is onder het water. Op die dag zal de wortel van Isaï opgericht staan als banier voor de volken, alle naties zullen naar hem toestromen. En zijn troon zal luisterrijk zijn! Lucas 10,21-24
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd jubelde Jezus het uit, vervuld van de heilige Geest,
en Hij sprak: “Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand weet wie de Zoon is tenzij de Vader; en wie de Vader is tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.” Daarop keerde Hij zich naar zijn leerlingen afzonderlijk en Hij zei tot hen: “Gelukkig de ogen die zien wat gij ziet, Ik zeg u: Vele profeten en koningen verlangden te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort, maar ze hebben het niet gehoord.” |
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010. - Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||