![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Dinsdag in de vierde week van de Advent1 Samuël 1,24-28
Uit het eerste boek Samuël
In die dagen nam Hanna Samuël mee,
met een driejarige stier, een efa meel en een zak wijn. Zij bracht de jongen, zo klein als hij was, naar de tempel van de HEER in Silo. Zij slachtten de stier en brachten de jongen naar Eli. Daarbij zei Hanna: “Met verlof, mijn heer, zowaar u leeft, mijn heer, ik ben de vrouw die hier gestaan heeft om tot de HEER te bidden, in uw tegenwoordigheid. Om deze jongen heb ik gebeden en de HEER heeft mij gegeven wat ik van Hem heb afgesmeekt. Daarom sta ik hem aan de HEER af. Zolang hij leeft, blijft hij de HEER afgestaan.” En zij bogen zich daar voor God de HEER neer. Lucas 1,46-56
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
volgens Lucas
Bij haar bezoek aan Elisabet sprak Maria:
Nadat Maria ongeveer drie maanden bij haar gebleven was
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010. - Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||