![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Dinsdag in week 18 door het jaarJeremia 30,1-2.12-15.18-22
Uit de profeet Jeremia
Het woord van de HEER kwam tot Jeremia:
“Dit zegt de HEER, Israëls God: Stel alles wat Ik u gezegd heb op schrift. Uw kwaal is ongeneeslijk, uw wonden zijn niet te helen. Niemand verzorgt uw zweren, uw wonden sluiten zich niet. Al uw minnaars zijn u vergeten, ze lopen u niet meer achterna, omdat Ik als een vijand op u heb ingeslagen en u meedogenloos heb gestraft om uw vele misdaden en uw talrijke zonden. Wat jammert ge dan om uw wonden en uw onverdraaglijke pijnen? Om uw vele misdaden en uw talrijke zonden heb Ik u dit alles aangedaan. Ik herstel de tenten van Jakob, Ik ontferm Mij over zijn huizen. De stad wordt herbouwd op zijn puinhoop, de burcht komt weer op zijn vroegere plaats. Een loflied weerklinkt, men hoort hen weer lachen. Ik maak hen talrijk; nooit nemen ze in aantal af. Ik breng hen tot aanzien, nooit worden ze meer veracht. Hun zonen zijn voor Mij weer als vroeger, hun gemeenschap blijft altijd bestaan. Hun onderdrukkers straf Ik. Hun vorst is een van hen, hun heerser komt voort uit hun midden. Ik laat hem bij Mij komen, hij mag tot Mij naderen. Wie anders zou met gevaar voor zijn leven tot Mij durven naderen? – zo luidt de godsspraak van de HEER –. Gij zult mijn volk en Ik zal uw God zijn.” Matteüs 14,22-36
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus zijn leerlingen
in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. Toen Hij het volk had weggezonden ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen. De boot was reeds vele stadiën uit de kust en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind. In de vierde nachtwake kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe. Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeuwen. Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: “Weest gerust, Ik ben het. Vreest niet.” “Heer – antwoordde Petrus – als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.” Waarop Jezus sprak: “Kom!” Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: “Heer, red mij!” Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast, terwijl Hij tot hem zei: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?” Nadat zij in de boot gestapt waren ging de wind liggen. De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.” Toen zij overgestoken waren bereikten zij de kust bij Gennésaret. Toen de mannen van die streek Hem herkenden, verspreidden zij in heel de streek het bericht van zijn komst en brachten Hem al hun zieken. Ze smeekten Hem of ze tenminste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En allen die dit deden werden gezond. |
|
||||||||||||||||||||||||
|
- Disclaimer - Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010. - Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties | |||||||||||||||||||||||||