De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Lectionarium
 
<< >>
zomadiwodovrza
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
2930311234

Donderdag in week 18 door het jaar

Jeremia 31,31-34

Uit de profeet Jeremia

Zo spreekt de HEER:
“Er komt een tijd
dat Ik met Israël een nieuw verbond sluit.
Geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb,
toen Ik hen bij de hand heb genomen
om hen uit Egypte te leiden.
Want dit verbond hebben zij verbroken,
ofschoon Ik hun meester was
– zo luidt de godsspraak van de HEER –.
Dit is het nieuwe verbond
dat Ik in de toekomst met Israël sluit:
Ik schrijf mijn wet in hun binnenste, Ik grif ze in hun hart.
Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden:
Leer de HEER kennen.
Want iedereen, groot en klein, kent Mij al
– luidt de godsspraak van de HEER –.
Dan vergeef Ik hun misstappen,
Ik denk niet meer aan hun zonden.”

Matteüs 16,13-23

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Toen Jezus in de streek van Caesaréa van Filippus gekomen was,
stelde Hij zijn leerlingen deze vraag:
“Wie is
volgens de opvatting van de mensen,
de Mensenzoon?”
Zij antwoordden:
“Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten.”
“Maar gij – sprak Hij tot hen – wie zegt gij dat Ik ben?”
Simon Petrus antwoordde:
“Gij zijt de Christus,
de Zoon van de levende God.”
Jezus hernam:
“Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona,
want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard,
maar mijn Vader die in de hemel is.
Op mijn beurt zeg Ik u:
Gij zijt Petrus;
en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen
en wat gij zult binden op aarde,
zal ook in de hemel gebonden zijn
en wat gij zult ontbinden op aarde,
zal ook in de hemel ontbonden zijn.”
Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk
iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.
Van dat ogenblik af begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken
dat Hij naar Jeruzalem moest gaan;
dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten,
de hogepriesters en de schriftgeleerden,
maar dat Hij, na ter dood gebracht te zijn,
op de derde dag zou verrijzen.
Toen nam Petrus Jezus ter zijde
en begon Hem ernstig daarover te onderhouden:
“Dat verhoede God, Heer!
Zoiets mag U nooit overkomen!”
Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus:
“Ga weg, satan, terug!
Gij zijt Mij een aanstoot,
want gij laat u leiden door menselijke overwegingen
en niet door wat God wil.”


De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties