Hoofdstuk 3 Anarchie in Jeruzalem [1 ] De* Heer, de heer van de machten,
ontneemt Jeruzalem en Juda iedere stut en steun:
alle stut van brood, alle steun van water, [2 ] krijgsman en soldaat, rechter en profeet, waarzegger en oudste, [3 ] hoofdman, notabele en raadsheer, tovenaar en bezweerder. [4 ] Knapen geef Ik hun als vorsten,
en willekeur zal over hen heersen. [5 ] Onder het volk zal men elkaar aanvallen,
de een de ander, ieder zijn naaste.
Knapen zullen de ouderen lastig vallen,
nietsnutten mannen van aanzien. [6 ] In* het ouderlijk huis zal de ene broer de andere vastgrijpen:
‘Jij hebt nog een mantel, wees dus onze leider,
neem deze ruïne onder je hoede.’ [7 ] Maar de ander zal antwoorden:
‘Ik zal de verpleger niet zijn, ik heb voedsel noch kleren in huis,
stel mij niet aan als leider van een volk.’ [8 ] Want Jeruzalem wankelt, Juda valt,
omdat hun woorden en hun daden tegen de heer zijn gericht: zij tarten zijn grootsheid. [9 ] Hun partijdigheid getuigt tegen hen:
net als Sodom stallen zij hun zonden uit,
geen enkele houden zij verborgen,
tot hun eigen schade, de ongelukkigen:
zij doen zichzelf ellende aan. [10 ] De rechtvaardigen zullen gelukkig* zijn, want het gaat hun goed.
Zij verteren de vrucht van hun arbeid. [11 ] Wee de slechte mens, want hem zal het slecht vergaan:
hij wordt beoordeeld naar het werk van zijn handen. [12 ] Mijn volk wordt door woekeraars uitgebuit en door afpersers overheerst.
Mijn volk, uw leiders laten u verdwalen,
en verwarren de wegen voor u. De HEER klaagt aan [13 ] De heer maakt zich gereed voor een geding,
Hij staat klaar om zijn volk recht te verschaffen. [14 ] De heer spant een proces aan tegen de oudsten en de leiders van zijn volk:
‘U hebt de wijngaarden leeggeplunderd,
met het geroofde goed van de armen uw huizen gevuld. [15 ] Met welk recht vertrapt u mijn volk,
verplettert u de armen?’ – godsspraak van de Heer,
de god van de machten.
Hoofdstuk 3 Chaos in Jeruzalem en Juda [1 ] Voorwaar, God, de HEER van de hemelse machten,
ontneemt Jeruzalem en Juda hun stut en steun:
alle steun van brood en water, [2 ] van krijgsheld en soldaat,
rechter en profeet, waarzegger en oudste, [3 ] bevelhebber, man van aanzien en raadsheer,
tovenaar en bezweerder. [4 ] Hij stelt kinderen als koning aan,
willekeur zal er regeren. [5 ] De mensen zullen elkaar verdringen,
man tegen man, de een tegen de ander;
een kind staat op tegen zijn ouders,
een nietsnut tegen een man van eer. [6 ] Een man grijpt in het ouderlijk huis
zijn broer bij de arm en roept hem toe:
‘Jij hebt een mantel. Wees jij onze leider
en ontferm je over deze chaos.’ [7 ] Maar dan zal die zich verweren:
‘Verwacht niet dat ik jullie wonden heel.
Ik heb in mijn huis geen voedsel, geen mantel.
Stel mij niet aan als leider van het volk.’ [8 ] Jeruzalem is gestruikeld, Juda is gevallen.
Zij keren zich tegen de HEER in woord en daad,
ze tarten hem openlijk in al zijn luister. [9 ] Hun partijdigheid keert zich tegen hen,
schaamteloos pronken ze met hun zonden, als Sodom.
Wee hun, want ze berokkenen zichzelf kwaad. [10 ] Gelukkig de rechtvaardige,* het gaat hem goed,
hij zal de vruchten plukken van zijn daden. [11 ] Wee de goddeloze, hem gaat het slecht,
al wat hij doet wordt hem vergolden. [12 ] Door tirannen wordt mijn volk uitgebuit,
woekeraars* heersen erover.
Mijn volk, jullie leiders zijn verleiders,
zij brengen jullie op een dwaalspoor. [13 ] De HEER bereidt zijn rechtsgeding voor,
hij staat klaar om over volken vonnis te wijzen. [14 ] Zo luidt de aanklacht van de HEER
tegen de oudsten en de vorsten van zijn volk:
Jullie hebben mijn wijngaard in brand gestoken
en jullie huizen gevuld met wat je de armen ontnam. [15 ] Hoe durven jullie mijn volk te vertrappen
en de armen zo zwaar te mishandelen?
– spreekt God, de HEER van de hemelse machten.
Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Hoofdstuk 13 Hoofdstuk 14 Hoofdstuk 15 Hoofdstuk 16 Hoofdstuk 17 Hoofdstuk 18 Hoofdstuk 19 Hoofdstuk 20 Hoofdstuk 21 Hoofdstuk 22 Hoofdstuk 23 Hoofdstuk 24 Hoofdstuk 25 Hoofdstuk 26 Hoofdstuk 27 Hoofdstuk 28 Hoofdstuk 29 Hoofdstuk 30 Hoofdstuk 31 Hoofdstuk 32 Hoofdstuk 33 Hoofdstuk 34 Hoofdstuk 35 Hoofdstuk 36 Hoofdstuk 37 Hoofdstuk 38 Hoofdstuk 39 Hoofdstuk 40 Hoofdstuk 41 Hoofdstuk 42 Hoofdstuk 43 Hoofdstuk 44 Hoofdstuk 45 Hoofdstuk 46 Hoofdstuk 47 Hoofdstuk 48 Hoofdstuk 49 Hoofdstuk 50 Hoofdstuk 51 Hoofdstuk 52 Hoofdstuk 53 Hoofdstuk 54 Hoofdstuk 55 Hoofdstuk 56 Hoofdstuk 57 Hoofdstuk 58 Hoofdstuk 59 Hoofdstuk 60 Hoofdstuk 61 Hoofdstuk 62 Hoofdstuk 63 Hoofdstuk 64 Hoofdstuk 65 Hoofdstuk 66 Inhoudsopgave Inleiding op het boek Jesaja De domme kinderen van de HEER De straf van Juda Beter gerechtigheid dan offers Klaaglied over Jeruzalem De cultus onder de heilige eiken Bedevaart naar Jeruzalem Een dag van de HEER Anarchie in Jeruzalem De HEER klaagt aan Wee de trotse vrouwen Nood van de weduwen De heilige rest Het lied van de wijngaard Weespreuken tegen het onrecht De opgeheven hand van de HEER Roepingsvisioen van Jesaja Immanuël De Assyrische overweldiger Vruchteloze plannen De HEER als struikelblok Een helder licht Gods opgeheven hand Assurs aanmatiging Een rest keert terug De vijand voor de poort Een telg van Isaï Terugkeer van de rest Loflied van de geredden Tegen Babel Terugkeer uit de ballingschap Val van de koning van Babel Nederlaag van Assur Tegen de Filistijnen Tegen afgoderij Tegen Kus Bekering van Egypte en Assur De profeet loopt naakt rond De val van Babel Tegen de vreugde van Jeruzalem Tegen Sebna Verwoesting van de wereld Danklied Het feest op de Sion De sterke stad Psalm Goddelijke beloften Tegen de leiders Tegen verdragen met Egypte De wijsheid van de boer Jeruzalem belegerd en bevrijd God zal straffen De betere toekomst Roep Egypte niet te hulp De onwillige toehoorders Bedreiging van Assur Tegen hulp uit Egypte Tegen Assur Een rechtvaardig bestuur Tegen de zelfingenomen vrouwen Een psalm Het komende heil Edom wordt verwoest Verlost uit de ballingschap Jeruzalem bedreigd door Sanherib Eerste voorspelling Sanherib waarschuwt Hizkia Gebed van Hizkia Tweede voorspelling De bevrijding Ziekte en genezing van Hizkia De afgezanten uit Babel Roeping van de profeet De HEER komt De onvergelijkbare God De veroveraar uit het Oosten Vrees niet Terugtocht en herstel Uitdaging aan de volken De dienaar Zegelied De HEER grijpt in Israël gestraft Wees niet bang De HEER alleen is God De nieuwe uittocht Waarom de HEER zijn volk strafte Wees niet bang De HEER alleen is God Dwaasheid van de beeldenverering Hymne Roeping van Kores Bekering van de volken De HEER en de goden Ondergang van Babel De openbarende God De dienaar van de HEER De wonderbare terugkeer Vertroosting van Sion Straf en verlossing Een belijdenis van vertrouwen Het herstel van Sion De vreugdebode De dienaar van de HEER Heil voor Jeruzalem Het eeuwig verbond Wie behoort tot de gemeente? De ontrouwe wachters Veroordeling van afgoderij Straf en vergeving Het vasten dat de HEER verlangt De ware sabbat Gods arm is niet te kort Het nieuwe Jeruzalem Zending van de profeet De goddelijke wraak Een smeekpsalm Beschuldiging De beloften van de HEER IJdele eredienst Verheug u over Jeruzalem Slotwoord
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.
U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch . Hartelijk dank!