De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Jesaja
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 3
 
Anarchie in Jeruzalem
  [1] De* Heer, de heer van de machten,
ontneemt Jeruzalem en Juda iedere stut en steun:
alle stut van brood, alle steun van water,
  [2] krijgsman en soldaat, rechter en profeet, waarzegger en oudste,
  [3] hoofdman, notabele en raadsheer, tovenaar en bezweerder.
  [4] Knapen geef Ik hun als vorsten,
en willekeur zal over hen heersen.
  [5] Onder het volk zal men elkaar aanvallen,
de een de ander, ieder zijn naaste.
Knapen zullen de ouderen lastig vallen,
nietsnutten mannen van aanzien.
  [6] In* het ouderlijk huis zal de ene broer de andere vastgrijpen:
‘Jij hebt nog een mantel, wees dus onze leider,
neem deze ruïne onder je hoede.’
  [7] Maar de ander zal antwoorden:
‘Ik zal de verpleger niet zijn, ik heb voedsel noch kleren in huis,
stel mij niet aan als leider van een volk.’
  [8] Want Jeruzalem wankelt, Juda valt,
omdat hun woorden en hun daden tegen de heer zijn gericht: zij tarten zijn grootsheid.
  [9] Hun partijdigheid getuigt tegen hen:
net als Sodom stallen zij hun zonden uit,
geen enkele houden zij verborgen,
tot hun eigen schade, de ongelukkigen:
zij doen zichzelf ellende aan.
  [10] De rechtvaardigen zullen gelukkig* zijn, want het gaat hun goed.
Zij verteren de vrucht van hun arbeid.
  [11] Wee de slechte mens, want hem zal het slecht vergaan:
hij wordt beoordeeld naar het werk van zijn handen.
  [12] Mijn volk wordt door woekeraars uitgebuit en door afpersers overheerst.
Mijn volk, uw leiders laten u verdwalen,
en verwarren de wegen voor u.

De HEER klaagt aan
  [13] De heer maakt zich gereed voor een geding,
Hij staat klaar om zijn volk recht te verschaffen.
  [14] De heer spant een proces aan tegen de oudsten en de leiders van zijn volk:
‘U hebt de wijngaarden leeggeplunderd,
met het geroofde goed van de armen uw huizen gevuld.
  [15] Met welk recht vertrapt u mijn volk,
verplettert u de armen?’ – godsspraak van de Heer,
de god van de machten.

Wee de trotse vrouwen
  [16] Dit zegt de heer:
‘Omdat* de dochters van Sion zo verwaand zijn,
omdat ze rondlopen met geheven hoofd,
met lonkende ogen, met trippelende pasjes, met rinkelende ringen aan hun enkels,
  [17] zal de Heer de sluier afrukken van de schedels van Sions dochters,
ontbloot de heer hun voorhoofd.’
  [18] Op* die dag ontneemt de Heer hun alle sieraden: voetringen, zonnetjes en maantjes,
  [19] oorbellen en armbanden, sluiers
  [20] en hoofddoeken, beenkettinkjes en linten, parfumdozen en amuletten,
  [21] vingerringen en neusringen,
  [22] rijke kleren, mantels en overgooiers, tasjes
  [23] en spiegeltjes, fijn linnen, mutsen en sjaals.
  [24] Stank zal er zijn in plaats van parfum,
een touw in plaats van een gordel,
kale hoofden in plaats van mooie vlechten,
een rouwkleed in plaats van fijne gewaden,
een brandmerk in plaats van schoonheid.

Nood van de weduwen
  [25] Uw mannen zullen vallen
door het zwaard,
uw keurtroepen in de oorlog.
  [26] Dan klagen en rouwen de poorten van Sion,
vereenzaamd zit zij op de grond.
Hoofdstuk 3
 
Chaos in Jeruzalem en Juda
  [1] Voorwaar, God, de HEER van de hemelse machten,
ontneemt Jeruzalem en Juda hun stut en steun:
alle steun van brood en water,
  [2] van krijgsheld en soldaat,
rechter en profeet, waarzegger en oudste,
  [3] bevelhebber, man van aanzien en raadsheer,
tovenaar en bezweerder.
  [4] Hij stelt kinderen als koning aan,
willekeur zal er regeren.
  [5] De mensen zullen elkaar verdringen,
man tegen man, de een tegen de ander;
een kind staat op tegen zijn ouders,
een nietsnut tegen een man van eer.
  [6] Een man grijpt in het ouderlijk huis
zijn broer bij de arm en roept hem toe:
‘Jij hebt een mantel. Wees jij onze leider
en ontferm je over deze chaos.’
  [7] Maar dan zal die zich verweren:
‘Verwacht niet dat ik jullie wonden heel.
Ik heb in mijn huis geen voedsel, geen mantel.
Stel mij niet aan als leider van het volk.’
  [8] Jeruzalem is gestruikeld, Juda is gevallen.
Zij keren zich tegen de HEER in woord en daad,
ze tarten hem openlijk in al zijn luister.
 
  [9] Hun partijdigheid keert zich tegen hen,
schaamteloos pronken ze met hun zonden, als Sodom.
Wee hun, want ze berokkenen zichzelf kwaad.
  [10] Gelukkig de rechtvaardige,* het gaat hem goed,
hij zal de vruchten plukken van zijn daden.
  [11] Wee de goddeloze, hem gaat het slecht,
al wat hij doet wordt hem vergolden.
  [12] Door tirannen wordt mijn volk uitgebuit,
woekeraars* heersen erover.
Mijn volk, jullie leiders zijn verleiders,
zij brengen jullie op een dwaalspoor.
  [13] De HEER bereidt zijn rechtsgeding voor,
hij staat klaar om over volken vonnis te wijzen.
 
  [14] Zo luidt de aanklacht van de HEER
tegen de oudsten en de vorsten van zijn volk:
Jullie hebben mijn wijngaard in brand gestoken
en jullie huizen gevuld met wat je de armen ontnam.
  [15] Hoe durven jullie mijn volk te vertrappen
en de armen zo zwaar te mishandelen?
– spreekt God, de HEER van de hemelse machten.


Sions vrouwen te schande gezet
     [16] De HEER zegt: Kijk eens hoe hooghartig die vrouwen van Sion zijn; zie hen verwaand flaneren en verleidelijke blikken om zich heen werpen, hoor het rinkelen bij de trippelpasjes die ze maken. [17] Daarom zal de HEER Sions vrouwen de sluier afrukken en hun voorhoofd ontbloten. [18] Op die dag neemt hij hun alle opschik af: hun enkelringen, zonnetjes en maantjes, [19] hun oorringen, armbanden en sluiers, [20] hun hoofddoeken, enkelkettinkjes, borstlinten, reukflesjes en amuletten, [21] de ringen aan hun handen en de ringetjes door hun neus, [22] hun prachtige kleren, mantels, omslagdoeken en tasjes, [23] hun doorschijnende gewaden, hemdjes, schouderdoeken en sjaals. [24] Dan zal er stank zijn in plaats van balsemgeur en zullen er touwen zijn in plaats van gordels; kale schedels en geen fraaie kapsels, grove rouwkledij en geen mooie feestgewaden. Dit alles vervangt de schoonheid.
  [25] Sions mannen zullen vallen door het zwaard,
haar soldaten sneuvelen in de strijd.
  [26] Rouw en droefenis heersen in haar poorten.
Berooid hurkt Sion neer op de grond.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties