De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Daniël
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 3
Aanbidding van een gouden beeld
[1] Eens* liet koning Nebukadnessar een gouden beeld maken van zestig el hoog en zes el breed, en liet het oprichten in de vlakte van Dura in de provincie Babel. [2] Vervolgens riep koning Nebukadnessar de satrapen, de gouverneurs, landvoogden, staatsraden, schatmeesters, rechters, politiebeambten en iedereen die met het bestuur van de provincies belast was bijeen voor de inwijding van het beeld dat koning Nebukadnessar had opgericht. [3] Daarop kwamen de satrapen, de gouverneurs, landvoogden, staatsraden, schatmeesters, rechters, politiebeambten en allen die met het bestuur van de provincies belast waren bijeen voor de inwijding van het beeld dat koning Nebukadnessar had opgericht. Toen ze voor het beeld stonden dat Nebukadnessar had opgericht, [4] riep een heraut met krachtige stem: ‘Volken, volksstammen en talen: u wordt bevolen [5] zich in aanbidding neer te werpen voor het gouden beeld dat koning Nebukadnessar heeft opgericht zodra u de muziek hoort van hoorn en fluit, van citer, luit en harp, van doedelzak en allerlei andere muziekinstrumenten. [6] Wie zich niet in aanbidding neerwerpt, wordt op staande voet in het laaiende vuur van een oven geworpen.’ [7] Zodra de volken, volksstammen en talen dus de muziek hoorden van hoorn en fluit, van citer, luit en harp en van allerlei andere muziekinstrumenten, wierpen ze zich in aanbidding op de grond voor het gouden beeld dat koning Nebukadnessar had opgericht.
     [8] Op dat ogenblik kwamen enkele chaldeeën naar voren en beschuldigden enkele Joden ervan het bevel van de koning te hebben overtreden. [9] Ze richtten zich tot koning Nebukadnessar met de woorden: ‘Koning, wij wensen u een lang leven toe! [10] Koning, u hebt bevolen dat iedereen bij het horen van de muziek van hoorn en fluit, van citer, luit en harp, van doedelzak en allerlei andere muziekinstrumenten zich in aanbidding op de grond moet werpen voor het gouden beeld. [11] En dat ieder die zich niet in aanbidding neerwerpt, in het laaiende vuur van een oven geworpen zal worden. [12] Er zijn enkele Joden die u met het bestuur van de provincie Babel belast hebt: Sadrak, Mesak en Abednego. Deze mannen, koning, storen zich niet aan uw bevel; uw god vereren zij niet en het gouden beeld dat u hebt opgericht aanbidden ze niet.’
     [13] Nebukadnessar werd woedend en beval Sadrak, Mesak en Abednego naar voren te brengen. Toen de mannen voor de koning waren geleid [14] vroeg Nebukadnessar hun: ‘Is het waar, Sadrak, Mesak en Abednego, dat jullie mijn god niet vereren en het gouden beeld dat ik heb opgericht niet aanbidden? [15] Welnu, zijn jullie misschien nu bereid om bij het horen van de muziek van hoorn en fluit, van citer, luit en harp, van doedelzak en allerlei andere muziekinstrumenten je in aanbidding neer te werpen en het beeld te aanbidden dat ik gemaakt heb? Als jullie dat weigeren, dan worden jullie op staande voet in het laaiende vuur van een oven geworpen en welke god zal jullie dan uit mijn macht kunnen bevrijden?’
     [16] Sadrak, Mesak en Abednego gaven de koning ten antwoord: ‘Nebukadnessar, wij vinden het niet nodig om op uw vraag een antwoord te geven. [17] Als er een god is die dat kan, dan is het onze God die wij vereren: Hij is in staat ons te bevrijden uit het laaiende vuur van een oven en Hij zal ons ontrukken aan uw greep, koning. [18] Maar de koning moet beseffen dat wij, ook als God ons niet redt, úw god niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht niet zullen aanbidden.’

Drie mannen in de vuuroven
     [19] Toen werd Nebukadnessar woedend op Sadrak, Mesak en Abednego en zijn gezicht vertrok; hij gaf bevel om de oven zevenmaal heter te stoken dan normaal [20] en de sterkste kerels uit zijn leger droeg hij op om Sadrak, Mesak en Abednego vast te binden en in de laaiende vuuroven te gooien. [21] Toen werden de mannen, gekleed en al, met mantel, rok en muts, vastgebonden en in het laaiende vuur van de oven geworpen. [22] Maar de mannen die Sadrak, Mesak en Abednego naar boven brachten, werden gedood door de vlammen van het vuur in de oven die op het uitdrukkelijke bevel van de koning zo heet mogelijk was opgestookt. [23] Maar de drie mannen, Sadrak, Mesak en Abednego, waren gebonden in het laaiende vuur van de oven geworpen.*

Verheffing van de drie mannen
     [24] Toen schrok Nebukadnessar; hij stond haastig op en zei tegen zijn raadsheren: ‘We hebben toch drie mannen vastgebonden in het vuur geworpen?’ Zij gaven de koning ten antwoord: ‘Zeker, koning!’ [25] Hij hervatte: ‘Maar ik zie vier mannen, niet vastgebonden en zonder verwondingen zich in het vuur bewegen; de vierde lijkt op een godenzoon.’ [26] Daarop ging Nebukadnessar naar de deur van de laaiende oven en riep: ‘Sadrak, Mesak en Abednego, dienaren van de allerhoogste God, kom eruit!’ Toen kwamen Sadrak, Mesak en Abednego uit het vuur tevoorschijn. [27] De satrapen, gouverneurs, landvoogden en raadsheren van de koning verdrongen zich rond de mannen en zagen dat het vuur hun lichamen niet had geraakt; zelfs het haar op hun hoofd was niet geschroeid, hun mantels waren nog heel en er hing zelfs geen brandlucht om hen heen.
     [28] Toen nam Nebukadnessar het woord en zei: ‘Geëerd is de God van Sadrak, Mesak en Abednego: Hij heeft zijn engel gezonden om zijn dienaren te redden, die vol vertrouwen in Hem, het bevel van de koning hebben overtreden en hun lichamen hebben prijsgegeven, omdat ze geen andere god wilden vereren of aanbidden dan hun eigen God. [29] Daarom wordt door mij het volgende besluit uitgevaardigd: Iedereen, tot welk volk, tot welke natie of taal hij ook behoort, die oneerbiedig durft te spreken over de God van Sadrak, Mesak en Abednego, wordt in stukken gehakt en van zijn huis wordt een puinhoop gemaakt; er is immers geen andere god van wie de macht om te redden zo groot is.’ [30] Aan Sadrak, Mesak en Abednego gaf de koning zeer belangrijke posten in de provincie Babel.

Nebukadnessar eert God
     [31] Koning Nebukadnessar aan alle volken, volksstammen en talen over heel de aarde. Ik wens jullie veel heil! [32] Het heeft mij genoegen geschonken om de tekens en wonderen bekend te maken die de allerhoogste God voor mij gedaan heeft.
  [33] Hoe groot zijn zijn tekens
en hoe machtig zijn wonderen!
Zijn koningschap is een eeuwig koningschap
en zijn heerschappij duurt van generatie op generatie.
Hoofdstuk 3
Het gouden beeld
[1] Op een dag gaf koning Nebukadnessar opdracht een gouden beeld te maken, zestig el hoog en zes el breed, en hij liet het opstellen in de provincie Babel, in de vlakte van Dura. [2] Vervolgens ontbood hij de satrapen, stadhouders, gouverneurs, staatsraden, schatbewaarders, rechters, magistraten en alle bestuurders van de provincies; ze moesten de inwijding bijwonen van het beeld dat koning Nebukadnessar had opgericht. [3] De satrapen, stadhouders, gouverneurs, staatsraden, schatbewaarders, rechters, magistraten en alle bestuurders van de provincies kwamen bijeen om het beeld dat koning Nebukadnessar had opgericht in te wijden. Ze stelden zich op voor het door Nebukadnessar opgerichte beeld. [4] Een heraut riep met luide stem: ‘Volken en naties, welke taal u ook spreekt, luister naar dit bevel. [5] Zodra u de muziek hoort van hoorn, panfluit, lier, luit, citer, dubbelfluit en andere instrumenten, valt u op uw knieën neer en buigt u in aanbidding voor het gouden beeld dat koning Nebukadnessar heeft opgericht. [6] Wie niet neerknielt en buigt, zal onmiddellijk in een brandende oven worden gegooid.’ [7] En dus knielden alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, zodra ze de muziek van hoorn, panfluit, lier, luit, citer en andere instrumenten hoorden, en bogen zij in aanbidding voor het gouden beeld dat koning Nebukadnessar had opgericht.
     [8] Enkele Chaldeeën namen de gelegenheid te baat en traden naar voren om de Judeeërs te beschuldigen. [9] Ze zeiden tegen koning Nebukadnessar: ‘Majesteit, leef in eeuwigheid! [10] U hebt bevolen dat iedereen die de muziek van hoorn, panfluit, lier, luit, citer, dubbelfluit en andere instrumenten hoort, op zijn knieën moet neervallen en het gouden beeld moet aanbidden, [11] en dat ieder die weigert in een brandende oven moet worden gegooid. [12] Er zijn enkele Judese mannen aan wie u het bestuur over de provincie Babel hebt opgedragen, Sadrach, Mesach en Abednego. Deze mannen storen zich niet aan uw bevel, majesteit. Ze vereren uw goden niet en buigen niet voor het gouden beeld dat u hebt opgericht.’
     [13] Nebukadnessar barstte in woede uit en beval Sadrach, Mesach en Abednego bij hem te brengen. Toen de mannen voor de koning waren geleid, [14] voer Nebukadnessar uit: ‘Is het waar, Sadrach, Mesach en Abednego, dat jullie mijn goden niet vereren en niet willen neerknielen voor het gouden beeld dat ik heb opgericht? [15] Luister goed, als jullie je bereid tonen om, zodra je de muziek van hoorn, panfluit, lier, luit, citer, dubbelfluit en andere instrumenten hoort, op je knieën te vallen en in aanbidding te buigen voor het beeld dat ik gemaakt heb ... Maar weigeren jullie te buigen, dan worden jullie onmiddellijk in een brandende oven gegooid. En welke god zal jullie dan uit mijn handen kunnen redden?’ [16] Sadrach, Mesach en Abednego zeiden hierop tegen de koning: ‘Wij vinden het niet nodig, Nebukadnessar, uw vraag te beantwoorden, [17] want als de God die wij vereren ons uit een brandende oven en uit uw handen kan redden, zal hij ons redden. [18] Maar ook al redt hij ons niet, majesteit, weet dan dat wij uw goden niet zullen vereren, noch zullen buigen voor het gouden beeld dat u hebt opgericht.’
     [19] Nebukadnessar werd razend, en met een van woede vertrokken gezicht keek hij Sadrach, Mesach en Abednego aan. Hij gaf opdracht de oven zevenmaal heter op te stoken dan men gewoonlijk deed. [20] En hij beval enkele van de sterkste mannen uit zijn leger om Sadrach, Mesach en Abednego te knevelen en in de brandende oven te gooien. [21] De mannen werden gekneveld en met kleren en al, met jassen, broeken en mutsen, in de brandende oven gegooid. [22] Omdat het bevel van de koning strikt was opgevolgd en de oven uitzonderlijk heet was gestookt, werden de mannen die Sadrach, Mesach en Abednego naar boven brachten door de uitslaande vlammen gedood. [23] De drie, Sadrach, Mesach en Abednego, vielen gekneveld in de laaiende oven.
     [24] Toen sloeg de schrik koning Nebukadnessar om het hart. Hij stond haastig op en zei tegen zijn raadsheren: ‘Wij hebben toch drie geknevelde mannen in het vuur gegooid?’ Zij antwoordden: ‘Zeker, majesteit.’ [25] Hij vervolgde: ‘Maar ik zie vier mannen vrij rondlopen in het vuur. Ze zijn ongedeerd en de vierde lijkt op een godenzoon!’ [26] Nebukadnessar liep naar de deur van de brandende oven en riep: ‘Sadrach, Mesach en Abednego, dienaren van de hoogste God, kom naar buiten, kom hier!’ Toen kwamen Sadrach, Mesach en Abednego uit de vlammen naar buiten. [27] De satrapen, stadhouders, gouverneurs en raadsheren van de koning drongen naar voren. Ze bekeken de mannen en zagen dat het vuur geen vat had gekregen op hun lichaam. Geen haar op hun hoofd was verschroeid, hun jassen waren nog heel, er hing zelfs geen brandlucht om hen heen.
     [28] Nebukadnessar nam het woord. Hij zei: ‘Geprezen zij de God van Sadrach, Mesach en Abednego, die zijn engel heeft gezonden en zijn dienaren gered. Zij hebben zich op hem verlaten, zij hebben het bevel van de koning genegeerd en hun lichaam prijsgegeven, omdat zij voor geen andere dan hun eigen God willen neerknielen of buigen. [29] Daarom vaardig ik het bevel uit dat eenieder, van welk volk, welke natie of taal ook, die zich oneerbiedig uitlaat over de God van Sadrach, Mesach en Abednego, in stukken wordt gehakt en dat zijn huis in puin wordt gelegd, want er is geen god die kan redden als deze.’ [30] Vervolgens gaf de koning Sadrach, Mesach en Abednego een hogere positie in de provincie Babel.

Nebukadnessar door de mensen verstoten
     [31] Koning Nebukadnessar aan alle volken en naties, welke taal zij ook spreken en waar ter wereld zij ook wonen: moge uw voorspoed groot zijn!*
     [32] Het heeft mij behaagd de tekenen die de hoogste God mij heeft gegeven en de wonderen die hij heeft gedaan, bekend te maken. [33] Hoe groots zijn zijn tekenen, hoe machtig zijn wonderen! Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en zijn heerschappij duurt van generatie tot generatie voort!



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties