Hoofdstuk 9 Zending van de twaalf [1] Hij riep de twaalf bij elkaar en gaf hun kracht en gezag over alle demonen, en ter genezing van ziekten. [2] En Hij zond hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken gezond te maken. [3] Hij zei tegen hen: ‘Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen reistas, geen brood, geen geld en geen extra kleren. [4] Als je bij iemand onderdak krijgt, blijf dan daar tot je verder reist. [5] Kom je in een stad waar de mensen je niet ontvangen, ga er dan weg en schud* het stof van je voeten, als een getuigenis tegen hen.’ [6] Toen gingen ze op weg; ze trokken van dorp naar dorp en overal verkondigden ze de goede boodschap en genazen ze de zieken.
Herodes’ nieuwsgierigheid [7] Herodes, de tetrarch, hoorde wat er allemaal gebeurde, maar hij wist niet wat hij ervan moest denken, omdat sommigen zeiden: ‘Johannes is uit de doden opgewekt’, [8] terwijl anderen zeiden: ‘Elia is teruggekomen’, en weer anderen: ‘Een van de oude profeten is opgestaan.’ [9] Maar Herodes zei: ‘Johannes heb ik laten onthoofden; wie is dat toch over wie ik al die verhalen hoor?’ Hij wilde Hem eigenlijk wel eens zien.
Terugkeer van de twaalf. Jezus geeft vijfduizend mensen te eten [10] Toen de apostelen bij Jezus waren teruggekeerd, brachten ze Hem verslag uit van wat ze hadden gedaan. Daarna trok Hij zich alleen met hen terug in de omgeving van de stad Betsaïda*. [11] Maar de mensen kwamen erachter en volgden Hem; Hij ontving hen vriendelijk, sprak hun over het koninkrijk van God en maakte gezond wie genezing nodig had. [12] Toen de dag ten einde liep, kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden: ‘Stuur de mensen weg, dan kunnen ze onderdak zoeken in de dorpen en op de hoeven in de buurt en wat gaan eten; hier zijn we in een eenzame streek.’ [13] Maar Hij zei tegen hen: ‘Jullie moeten hun te eten geven.’ Zij zeiden: ‘Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen, of we zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen’; [14] want ze waren met ongeveer vijfduizend man. Daarop zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Laat ze gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig.’ [15] Dat deden ze, ze vroegen iedereen om te gaan zitten. [16] Toen nam Jezus die vijf broden en twee vissen. Hij keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit en brak ze, en gaf ze aan de leerlingen om aan de mensen uit te delen. [17] Ze hadden allen volop te eten, en wat er overschoot werd opgehaald, twaalf manden vol.
Hoofdstuk 9 Uitzending van de twaalf [1] Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen. [2] Daarna zond hij hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen. [3] Hij zei tegen hen: ‘Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen reistas, geen brood en geen geld, en ook geen extra kleren. [4] Blijf in het huis waar je onderdak hebt gevonden tot je van daar weer verdergaat. [5] Als ze jullie niet willen ontvangen, schud dan het stof van je voeten ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben.’ [6] Ze gingen op weg en trokken van de ene plaats naar de andere, terwijl ze het goede nieuws verkondigden en overal zieken genazen. [7] Herodes, de tetrarch, hoorde wat er allemaal gebeurde en raakte in grote verwarring omdat sommigen zeiden dat Johannes uit de dood was opgestaan, [8] terwijl anderen beweerden dat Elia was verschenen, en weer anderen dat een van de oude profeten was opgestaan. [9] Herodes zei: ‘Johannes heb ik laten onthoofden; wie is dan degene over wie ik dergelijke dingen hoor?’ Hij zocht naar een gelegenheid om hem te ontmoeten. [10] Toen de apostelen terugkeerden, vertelden ze Jezus alles wat ze gedaan hadden. Hij trok zich met hen terug in een stad die Betsaïda heet. [11] Maar de mensen kwamen het te weten en volgden hem. Hij ontving hen vriendelijk en sprak tot hen over het koninkrijk van God, en degenen die genezing nodig hadden maakte hij weer gezond. [12] De dag liep ten einde. De twaalf kwamen naar hem toe en zeiden: ‘Stuur de mensen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omgeving gaan om daar te overnachten en op zoek te gaan naar eten, want dit is een afgelegen plaats.’ [13] Maar hij zei tegen hen: ‘Geven jullie hun te eten.’ Ze zeiden: ‘We hebben maar vijf broden en twee vissen. Moeten wij dan eten gaan kopen voor al die mensen?’ [14] Er waren ongeveer vijfduizend mensen bijeen. Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Zeg dat ze in groepen van ongeveer vijftig bij elkaar moeten gaan zitten.’ [15] Ze deden wat Jezus hun opdroeg en lieten iedereen in groepen bij elkaar zitten. [16] Jezus nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel en sprak er het zegengebed over uit. Daarna brak hij het brood en gaf het met de vissen aan zijn leerlingen om aan de menigte uit te delen. [17] De mensen aten en allen werden verzadigd; de stukken brood die overbleven werden opgehaald, twaalf manden vol.
De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.
De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.