De bijbel De bijbel
 
..........
 
 Handelingen van de apostelen
WB 
  NBV 
 
Hoofdstuk 19
Paulus in Efeze
[1] Terwijl Apollos in Korinte* vertoefde, reisde Paulus door het binnenland naar Efeze. Hij ontmoette er enkele leerlingen* [2] en zei tegen hen: ‘Hebt u heilige Geest ontvangen toen u gelovig werd?’ Zij antwoordden hem: ‘Maar* wij hebben nog nooit van het bestaan van een heilige Geest gehoord.’ [3] Hij vroeg: ‘Wat voor doop hebt u dan gekregen?’ Zij zeiden: ‘De doop van Johannes.’ [4] Daarop zei Paulus: ‘Johannes doopte een doop van bekering en wees het volk erop dat ze moesten geloven in degene die na hem zou komen, dat wil zeggen in Jezus.’ [5] Na die woorden lieten ze zich dopen in de naam van de Heer Jezus. [6] Paulus legde hun de handen op en de heilige Geest kwam op hen, en zij spraken in talen en profeteerden. [7] Het waren in totaal zo’n twaalf man.
     [8] Drie maanden lang trad hij vrijmoedig in de synagoge op. Hij sprak met hen over het koninkrijk van God en probeerde hen ervoor te winnen. [9] Maar toen sommigen halsstarrig weigerden te gehoorzamen en tegenover de aanwezigen de spot dreven met de weg*, brak hij met hen en hield hij de leerlingen daar vandaan. Dagelijks sprak hij nu in de school van Tyrannus*. [10] Dit duurde twee jaar, zodat alle inwoners van Asia het woord van de Heer hoorden, zowel Joden als Grieken*.
     [11] God* deed door de handen van Paulus ongewoon grote wonderen; [12] dat ging zo ver dat zweetdoeken en ander linnengoed dat hij gebruikte naar de zieken werd gebracht; dan verdwenen hun kwalen en verlieten de boze geesten hen. [13] Ook enkele rondtrekkende Joodse exorcisten probeerden de naam van de Heer Jezus af te roepen over mensen die in de macht waren van boze geesten; ze zeiden dan: ‘Ik bezweer u bij Jezus die door Paulus wordt verkondigd.’ [14] De zeven zonen van de Joodse hogepriester Skevas* gingen zo te werk. [15] Maar de boze geest antwoordde hun: ‘Jezus ken ik, en wie Paulus is weet ik ook, maar wie zijn jullie?’ [16] Daarop sprong degene in wie de boze geest huisde op hen af, overweldigde de een na de ander en takelde hen zo toe dat ze naakt en gewond dat huis uitvluchtten. [17] Dit werd bekend bij alle Joden en Grieken in Efeze; vrees overviel hen allen en de naam van de Heer Jezus werd hoog geprezen. [18] Veel gelovigen kwamen openlijk hun praktijken opbiechten. [19] Nogal wat mensen die magie* hadden bedreven, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze in het openbaar; men berekende de waarde ervan en kwam op vijftigduizend zilverstukken. [20] Zo werd door de kracht van de Heer het woord steeds groter en sterker.

Paulus wil naar Jeruzalem en naar Rome
     [21] Na deze gebeurtenissen vatte Paulus het plan op om via Macedonië en Achaje naar Jeruzalem te reizen. ‘Als ik daar geweest ben,’ zei hij, ‘moet ik ook Rome zien.’ [22] Hij stuurde twee van zijn helpers, Timoteüs* en Erastus, vooruit naar Macedonië en bleef zelf nog enige tijd in Asia.

Opschudding in Efeze
     [23] Juist toen ontstond er naar aanleiding van de weg* grote opschudding. [24] Want Demetrius, een zilversmid, die met de productie van zilveren Artemistempeltjes* de vaklui een flink inkomen verschafte, [25] riep hen en alle betrokken arbeiders bij elkaar. ‘Vrienden,’ zei hij, ‘u weet dat van dit bedrijf onze welvaart afhangt. [26] U ziet en hoort dat die Paulus niet alleen in Efeze, maar in bijna heel Asia veel mensen tot andere gedachten heeft gebracht; hij zegt dat door mensenhanden gemaakte goden geen goden zijn. [27] Daarmee dreigt het gevaar, dat niet alleen ons bedrijf in diskrediet raakt, maar dat ook de tempel van de grote godin Artemis niet langer in tel zal zijn, en dat zij, die in heel Asia en overal ter wereld wordt vereerd, haar glorie zal verliezen.’ [28] Zijn woorden zweepten hen zo op dat ze begonnen te schreeuwen: ‘Groot is Artemis van Efeze.’ [29] Heel de stad kwam in rep en roer; als één man stormden ze naar het theater, en Gajus* en Aristarchus, reisgenoten van Paulus uit Macedonië, sleurden ze met zich mee. [30] Paulus wilde naar de volksvergadering toe, maar de leerlingen hielden hem tegen. [31] Ook enkele bevriende Asiarchen* lieten hem waarschuwen zich niet in het theater te vertonen. [32] Intussen schreeuwden ze allemaal door elkaar, want de volksbijeenkomst verliep in de grootste wanorde, en de meesten wisten niet eens waarom ze bij elkaar gekomen waren. [33] In de menigte dacht men dat het om Alexander* ging, die door de Joden naar voren geschoven was; hij gebaarde dat hij de volksvergadering wilde toespreken om zich te verdedigen. [34] Maar toen men merkte dat hij een Jood was, klonk er één schreeuw uit aller mond, ongeveer twee uur lang: ‘Groot is Artemis van Efeze.’ [35] De griffier bracht de menigte tot bedaren en zei: ‘Efeziërs, is er één mens die niet weet dat aan de stad Efeze de zorg is toevertrouwd voor de tempel van de grote Artemis en haar hemelsteen*? [36] Daar is geen discussie over mogelijk; maak u daarom niet druk en doe geen domme dingen. [37] U hebt deze mannen hiernaartoe gesleept, hoewel het geen tempelschenners zijn en ze onze godin niet hebben gelasterd. [38] Als Demetrius en zijn vakgenoten dus iemand iets te verwijten hebben, wel, er worden rechtszittingen gehouden en er bestaan proconsuls*; laten ze maar een aanklacht indienen. [39] En als u nog meer wilt, zal dat in de wettige vergadering worden opgelost. [40] Wij lopen toch al het risico van oproer te worden beschuldigd vanwege de onrust van vandaag; die kunnen we immers op geen enkele manier rechtvaardigen.’ Na deze toespraak maakte hij een einde aan de bijeenkomst.
Hoofdstuk 19
[1] Terwijl Apollos in Korinte verbleef, kwam Paulus na zijn reis door het binnenland in Efeze aan. Hij ontmoette daar enkele leerlingen, [2] aan wie hij vroeg: ‘Hebben jullie de heilige Geest ontvangen toen jullie het geloof aanvaardden?’ Ze antwoordden: ‘Nee, we hebben zelfs niet gehoord van het bestaan van een heilige Geest.’ [3] Hij vroeg: ‘Hoe zijn jullie dan gedoopt?’ ‘Met de doop van Johannes,’ antwoordden ze. [4] Daarop zei Paulus: ‘Johannes doopte de mensen om hen een nieuw leven te laten beginnen en zei tegen hen dat ze moesten geloven in degene die na hem kwam, in Jezus.’ [5] Toen ze dat gehoord hadden, lieten ze zich dopen in de naam van de Heer Jezus, [6] en toen Paulus hun de handen had opgelegd daalde de heilige Geest op hen neer, zodat ze in klanktaal gingen spreken en profeteerden. [7] De voltallige groep bestond uit ongeveer twaalf mensen.
     [8] De volgende drie maanden ging hij regelmatig naar de synagoge, waar hij vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn uiteenzettingen trachtte te overtuigen. [9] Maar toen sommigen zijn boodschap halsstarrig bleven afwijzen en de Weg bij iedereen belachelijk maakten, vertrok hij en nam de leerlingen met zich mee. Voortaan sprak hij dagelijks in de school van Tyrannus, [10] iets dat hij twee jaar bleef doen, zodat alle inwoners van Asia kennismaakten met de boodschap van de Heer, Joden zowel als Grieken. [11] Door Gods toedoen verrichtte Paulus buitengewoon grote wonderen: [12] zelfs de doeken en de werkkleren die hij gedragen had werden naar de zieken gebracht, zodat ze genazen en de boze geesten hen verlieten.
     [13] Ook enkele rondtrekkende Joodse geestenbezweerders probeerden boze geesten uit te drijven door het uitspreken van de naam van de Heer Jezus. Ze zeiden: ‘Ik bezweer jullie bij Jezus, die door Paulus wordt verkondigd!’ [14] Het waren de zeven zonen van Skevas, een Joodse hogepriester, die dit deden. [15] Maar de boze geest gaf hun ten antwoord: ‘Jezus ken ik, en Paulus ook, maar wie zijn jullie?’ [16] De man die door de boze geest bezeten was, sprong op hen af en ging hen met zo veel geweld te lijf dat ze naakt en gewond uit het huis wegvluchtten. [17] Alle Joodse en Griekse inwoners van Efeze hoorden van dit voorval, dat hen met diep ontzag vervulde; allen prezen en eerden de naam van de Heer Jezus. [18] Veel nieuwe gelovigen kwamen in het openbaar hun praktijken opbiechten. [19] Onder hen waren ook velen die magie hadden bedreven, maar die nu hun boekrollen verzamelden en publiekelijk verbrandden. Toen de waarde ervan werd berekend, kwam men uit op een bedrag van vijftigduizend zilverstukken. [20] Zo zegevierde het woord van de Heer en vond het steeds meer gehoor.

Paulus’ reisschema
     [21] Na deze gebeurtenissen vatte Paulus het plan op om eerst nog naar Macedonië en Achaje te reizen en vervolgens naar Jeruzalem te gaan. Hij verklaarde: ‘Als ik daar ben geweest, moet ik ook een bezoek aan Rome brengen.’ [22] Hij zond twee van zijn medewerkers, Timoteüs en Erastus, naar Macedonië en bleef zelf nog enige tijd in Asia.

Volksoproer in Efeze
     [23] Omstreeks die tijd ontstond er grote opschudding naar aanleiding van de Weg. [24] Dat kwam door een zekere Demetrius, een zilversmid die Artemistempeltjes vervaardigde en zo zijn ambachtslieden een ruim inkomen verschafte. [25] Hij riep hen en de arbeiders die bij de werkzaamheden betrokken waren bijeen en zei tegen hen: ‘Mannen, jullie weten dat onze welvaart afhankelijk is van dit werk. [26] Maar jullie hebben uiteraard ook gemerkt dat Paulus niet alleen in Efeze, maar in bijna heel Asia een grote groep mensen heeft weten te overtuigen van zijn opvatting dat goden die door mensenhanden worden gemaakt geen goden zijn. [27] Daardoor dreigt niet alleen ons beroep in diskrediet te raken, maar bestaat ook het gevaar dat de tempel van de grote godin Artemis in aanzien zal dalen en dat zijzelf, die in heel Asia en in de hele wereld wordt vereerd, van haar luister zal worden beroofd.’ [28] Bij het horen van deze woorden ontstaken zijn toehoorders in hevige woede en barstten los in geschreeuw: ‘Groot is de Artemis van Efeze!’ [29] De hele stad raakte in rep en roer. De menigte liep te hoop bij het theater en sleurde Gajus en Aristarchus mee, twee Macedonische reisgenoten van Paulus. [30] Paulus wilde zich onder de menigte begeven, maar de leerlingen weerhielden hem daarvan. [31] Bovendien stuurden enkele hoge functionarissen, die hem vriendschappelijk gezind waren, een boodschap naar hem met het dringende advies om niet naar het theater te gaan. [32] Daar schreeuwde de menigte inmiddels van alles door elkaar, want er heerste grote verwarring en de meeste mensen wisten niet eens waarom ze bijeengekomen waren. [33] De Joden duwden Alexander naar voren, die van sommigen uit de menigte tekst en uitleg kreeg; met een handgebaar gaf hij te kennen dat hij een verdedigingsrede wilde houden voor het volk. [34] Maar toen men merkte dat hij een Jood was, hief de menigte de kreet aan: ‘Groot is de Artemis van Efeze!’ Dit geschreeuw hield wel twee uur aan.
     [35] Uiteindelijk bracht de stadssecretaris de menigte tot bedaren. Hij zei: ‘Efeziërs, er is toch geen mens die niet weet dat onze stad de zorg draagt voor de tempel van de grote Artemis en voor het beeld dat uit de hemel gekomen is? [36] Niemand kan dat feit ontkennen; daarom moet u kalm blijven en niet onbezonnen te werk gaan. [37] De mannen die u hierheen hebt gebracht, zijn immers geen tempelschenners en belasteren evenmin onze godin. [38] Mochten Demetrius en zijn ambachtslieden met iemand een geschil hebben, dan bestaan daar rechtszittingen en proconsuls voor, laten ze dan maar een aanklacht indienen. [39] Als er daarbuiten nog iets anders is dat u wenst, zal dat op een officiële volksvergadering behandeld worden. [40] We lopen toch al het gevaar dat we ter verantwoording worden geroepen voor het oproer van vandaag, daar we deze onlusten op geen enkele manier kunnen goedpraten.’ Na deze woorden maakte hij een einde aan de bijeenkomst.



De Katholieke Bijbelstichting (KBS) zet zich in voor de verspreiding van de Bijbel in het Nederlands taalgebied, en voor de bevordering van de liefde voor, omgang met en kennis van de Bijbel als geloofs- en cultuurboek.

De KBS realiseert haar doelstelling ondermeer door de instandhouding van deze bijbelwebsite. Zonder uw steun kan de KBS deze dienstverlening en andere projecten niet verwezenlijken. Uw gift, hoe groot of klein ook, is dan ook zeer welkom.

U kunt uw bijdrage overmaken op banknummer 1660666 ten name van Stichting Vrienden van de Bijbel te Den Bosch.  Hartelijk dank!
 

 
 
 
  - Disclaimer
- Klik hier voor de richtlijnen voor het gebruik van deze online-versie van de Willibrord- en Nieuwe Bijbelvertaling: © 1995-2010.
- Een project van de Katholiek Bijbelstichting; ontwerp en techniek: Sync Creatieve Producties